Wanneer een bodem door de mens aan- of ingebrachte stoffen of materialen bevat die van nature niet in de bodem of het grondwater thuishoren én waarvan sprake is dat ze kunnen leiden tot schade aan het ecosysteem, spreekt men van bodemverontreiniging.
De bodem is verontreinigd als er zoveel andere materialen of stoffen in de grond zitten, dat normaal gebruik van de bodem wordt belemmerd. De ene soort verontreiniging is met het blote oog zichtbaar, de andere komt pas aan het licht na grondig bodemonderzoek. Of er al dan niet maatregelen moeten worden genomen, hangt af van de ernst van de verontreiniging en het gebruik van het terrein.
Risico’s
Bij het beoordelen van het risico van een bodemverontreiniging én om te bepalen hoe snel een verontreiniging moet worden opgeruimd, wordt er gekeken naar drie aspecten: het humaan, het ecologisch en het verspreidingsrisico.
-
Humaan risico: Een giftige stof is alleen schadelijk voor de gezondheid als men daar méér van binnenkrijgt dan het menselijk lichaam kan verdragen. Door het RIVM zijn maximaal toelaatbare waarden (MTR’s) voor stoffen in de bodem opgesteld. Deze MTR’s zijn afgeleid uit modellen voor veilige waarden voor volwassenen en kinderen;
-
Ecologisch risico: Naast mensen kunnen ook dieren en platen lasten hebben van verontreinigingen. Om de natuur optimaal te beschermen, zijn ook hiervoor veilige waarden vastgelegd. Hierbij is rekening gehouden met de directe omgeving. Zo zullen dieren en planten op een industrieterrein minder in contact komen met een verontreiniging dan in een natuurgebied;
-
Als een verontreiniging zich in de bodem kan verplaatsen, kan dit risico opleveren voor nabijgelegen gebieden. Dit dient vanzelfsprekend voorkomen te worden.