In Nederlandse voor- en achtertuinen liggen veel ongebruikte en ongesaneerde tanks onder de grond, die mogelijk nog vloeibare stoffen of afgewerkte olie bevatten. Sinds de overschakeling op aardgas worden dergelijke tanks niet meer gebruikt. Een tank heeft een levensduur van circa vijftien tot twintig jaar en kan vroeg of laat gaan lekken. Dit kan ernstige bodemvervuiling tot gevolg hebben. Een niet-gesaneerde tank moet daarom worden verwijderd door een KIWA-erkend saneringsbedrijf. Dit geldt ook voor onjuist gesaneerde tanks. De eigenaar is verantwoordelijk voor de schade, mocht een dergelijke tank gaan lekken en bodemvervuiling veroorzaken.
Regels
Vóór 1 september 1993 moesten alle tanks bij de gemeente worden gemeld. Vindt u alsnog een tank? Meld dit dan zo snel mogelijk bij uw gemeente!
Alle niet meer in gebruik zijnde tanks moesten vóór 1998 worden verwijderd of gesaneerd worden door een KIWA-erkend bedrijf. Is uw tank gesaneerd maar heeft u géén KIWA-saneringscertificaat? Dan kan het zijn dat de tank alsnog verwijderd moet worden. Neem hierover contact op met uw gemeente.
Sinds januari 1999 worden tanks niet meer gesaneerd, maar verwijderd. Tanks die nog in gebruik zijn, moeten jaarlijks worden gekeurd.
Verwijdering
Alleen een KIWA-erkend bedrijf mag olietanks verwijderen. De tank en de leidingen worden uitgegraven, schoongemaakt en weggehaald. Het gat wordt opgevuld met schoon zand en u ontvangt het KIWA-saneringscertificaat.
Meldingen
Iedereen die een ondergrondse opslagtank in zijn of haar tuin vindt, is verplicht dit bij de MRA te melden. Tanksaneringen moeten altijd minstens vijf werkdagen voorafgaand aan de sanering doorgegeven worden. Omdat olietanks een gevaar voor de bodem vormen, kan dit het beste zo spoedig mogelijk gebeuren. Hoe later dat gebeurt, hoe groter de kans op ernstige bodemverontreiniging is. De eigenaar is hiervoor wettelijk aansprakelijk.
Twijfelt u over de aanwezigheid van een ondergrondse tank in uw tuin? Neem dan contact op met de Milieudienst Regio Alkmaar.